top of page

Ooit

(of hoe het kinder-trauma van narcisme de rest van je leven beïnvloed)



Ooit was ik een klein meisje en jij was mijn alles: Mijn veiligheid, mijn rots in de branding, mijn sterkte en mijn trots.


Bitter smaakte het weten dat ik niet alles voor jou was. Sterker nog, voor jou was ik niets, ik had geen bestaansrecht en mijn wereld stortte in.


Iedereen hing aan je lippen, niemand geloofde (in) mij. Het was allemaal mijn schuld het lag zeker niet aan jou.


Ooit was ik ervan overtuigd dat ik me bevrijd had, bevrijd van de beperkingen van mijn jeugd. De wereld lonkte en ik ging, in volle overgave mijn toekomst tegemoet.


En daar was je weer, In een andere hoedanigheid ontmoette ik je opnieuw. Jij was jonger dan voorheen, mooier, overtuigender… En ik, ik was vastbesloten de juiste keuzes te maken.


Want ik ging niet falen, ik ging gelukkig zijn! Ik gaf je mijn alles, mijn liefde, mijn geld, mijn kracht.


Bitter smaakte het weten dat jij niet dezelfde toewijding in je had… Dat was niet de afspraak, dat was niet wat je beloofd had.


Je tijd en aandacht ging naar anderen, geld vergaarde je enkel voor jezelf, onze kinderen zag je als jouw eigendom. Mijn wereld stortte in, en ik… ik faalde… voor mezelf, voor onze kinderen, voor onze families.


Ooit was ik ervan overtuigd dat je ergens menselijk was, dat je met de tijd redelijk zou worden, dat je het belang van vrede zou inzien.


Vrede voor jou, voor mij, voor onze familie, en vooral voor onze kinderen. Maar niets was minder waar, het werd een oorlog… een waar slagveld.


En iedereen hing aan je lippen, niemand geloofde (in) mij. Het was allemaal mijn schuld het lag zeker niet aan jou.


Jouw strijd is nog niet gestreden, want ik ben nog niet volledig kapot gemaakt. Je honger naar macht en controle is nog niet gestild, je lastercampagne nog niet beëindigd.


Wat zal ik doen? Durf ik de wereld nog betreden? Durf ik het risico aan om te leven? En misschien weer te falen? Het risico dat ik je weer tegenkom… ouder, succesvoller, overtuigender…


Het voelt als een tweestrijd, een versplintering in mijn hele wezen. Mijn hart wil wel, maar mijn hart is gebroken. Mijn hoofd wil wel, maar mijn hoofd weegt zwaar van herinneringen.


Mijn lichaam wil wel, maar mijn lichaam herleefd trauma’s. Mijn ziel wil wel… mijn ziel heeft een verlangen… Een verlangen naar connectie, een oogopslag, een uitbundige lach, een diepgaand gesprek, een knuffel, een troostende schouder.


Laat ik nog 1 keer de moed hebben om opnieuw te beginnen, nog 1 keer proberen om gelukkig te zijn. Hier ga ik dan, tegen al jouw verwachtingen in, de wind in m’n haren, de regen op m’n snoet en hoop in mijn hart.


Leaf

26 weergaven0 opmerkingen

Comments


bottom of page